donderdag 31 augustus 2017

TANDENPOETSEN HOND


Een korte cursus mondhygiëne bij de hond

Honden die enkel rauw en taai vlees verorberen en veel op botten knagen houden hun bijtertjes schoon door flink te kauwen. Extra reinigen is daarom zelden nodig. Bij honden die gemakzuchtig hun brokken heel doorslikken, snoepen van zacht en kleverig voedsel, veel snoepen en geen bottenkauwers of kluivers zijn, ontstaat een week laagje plak op de tanden dat langzaam verandert in tandsteen. Erfelijkheid speelt, net als bij mensen, eveneens een rol bij de staat van het gebit. Mondhygiëne is essentieel om het gebit en andere organen gezond te houden. Een regelmatige poetsbeurt inclusief gebitscontrole biedt uitkomst: de bijtertjes moeten tenslotte een heel hondenleven lang mee.

FEITEN
Het voltallige gebit van een gezonde hond bestaat uit 42 hagelwitte tanden en kiezen. Het tandvlees behoort roze te zijn. Naarmate de hond ouder wordt (vanaf circa drie jaar) kan het gebit gaan verkleuren; dat is heel normaal. De bek verspreidt geen onaangename geur.

UITLEG
Aanslag op tanden kan allerlei problemen veroorzaken. Het begint met plak (of plaque). Plak is een vrij zachte laag die bestaat uit bacteriën, fosfor uit speeksel, calcium en voedselresten. Door bij voorkeur elke dag het gebit te reinigen, voorkomt u dat de plak langzaam verandert in tandsteen - herkenbaar aan de vaste gele of bruine aanslag die de tanden omvat en dat niet meer te verwijderen is met simpelweg poetsen. Knabbelt uw hond graag langdurig aan een flink bot, dan is dat een andere effectieve manier om aanslag te laten verdwijnen.
Wanneer tandsteen tegen het tandvlees aan komt te liggen, gaat het tandvlees onherroepelijk geïrriteerd raken en uiteindelijk ontsteken: het wordt rood. Het gevolg is dat het tandvlees zich terugtrekt en tanden los kunnen gaan zitten. Zo komen bacteriën uit de mondholte in de bloedbaan terecht die vrij spel hebben om uit te zaaien naar hart, lever, nieren, hersenen of longen waar ze ernstige ziektes kunnen veroorzaken. Dit verband wordt vaak niet door eigenaars gelegd, maar verdient zeker de aandacht.

SIGNALEN
Signalen van de hond waaraan u merkt dat hij gebitsproblemen kan hebben: moeilijker eten, langzamer kauwen dan normaal, hard voedsel weigeren, onfrisse adem, rood, gezwollen en/of terugtrekkend tandvlees, loszittende tanden, regelmatig met de bek ergens tegen aanwrijven, pus uit de neus, sloomheid. Wanneer u merkt dat de hond zich anders gedraagt dan normaal - niet lekker in zijn vel zit of hij toont zich minder sociaal - is een gebitscontrole bij een professional gewenst.
Probeer door preventief onderhoud te voorkomen dat uw hond tanden of kiezen verliest. Het aantal tanden is niet bepalend, wel de stand van het gebit. Doordat de hond op relevante plaatsen een tand moet missen, kunnen klachten ontstaan. Deze kunnen variëren van een scheve bek, kwijlen, minder goed kunnen bijten wat weer kan leiden tot maag/darmklachten. 

PREVENTIEMAATREGELEN
Geen tussendoortjes
Regelmatig kauwen op een schenkel of bullenpees
Knabbelsticks of eetbare tandenborstels (met chlorofyl). Let op de extra calorieën!
Gebit reinigen met een gewone, elektrische, vinger- of kinder- of honden- tandenborstel
Het gebruik van hondentandpasta is niet per se nodig, het geeft wel een frisse geur en het maakt vanwege de lekkere smaak het tandenpoetsen voor uw hond aantrekkelijker. NB Humane tandpasta is ongeschikt: het veroorzaakt maag/darmklachten.
Mondwater of spoelvloeistof. Spuit de vloeistof via de mondhoek in de wangzak. Masseer de buitenkant van beide wangen, waarbij u de tanden van de boven- en onderkaak moet voelen
Vloeistof met xylitol en chloorhexidine voor in de drinkbak.
Tandgel die u eenmaal per week aanbrengt en aanslag oplost.
Rubberen tandheelkundige speeltjes waar de kauwende hond zijn tanden mee schoon veegt. Door de masserende beweging behoudt het tandslijmvlies zijn stevigheid.
Sommige honden vinden het prettig als de kleine waterstraaltjes uit de douchekop zijn gebit schoon kriebelen (ongeveer als een monddouche). Ze ervaren het als het spelletje ‘naar water uit de tuinslang happen’.



vingertandenborstels zijn verkrijgbaar in stof en kunststof

PRAKTISCH POETSEN
Wen uw pup meteen aan tandenpoetsen. Leg uw hand boven op de snuit. Schuif de bovenlip voorzichtig met uw duim omhoog, zodat u de tanden en het tandvlees kunt zien. Glijd speels met een vinger van de andere hand over het gebit. Accepteert hij dit, pak dan de tandenborstel. Laat hem eraan ruikenSpeel er wat mee in zijn wangzak, zodat hij vertrouwd raakt met dat vreemde kriebelende ding in zijn bek. Wilt u gebruik maken van een elektrische tandenborstel, laat de hond dan eerst aan het geluid, daarna aan de stilstaande borsteltjes en dan pas aan de rotatie wennen. Neem rustig de tijd om de handeling uit te bouwen en beloon de hond met goedkeurende woordjes als hij het poetsen accepteert.
Gebruik een harde tandenborstel die u met snelle ronddraaiende bewegingen in voor- en achterwaartse richting over de tanden en kiezen beweegt. U oefent géén druk uit (laat de borstelhaartjes hun werk doen) en reinigt enkel de buitenkant van het gebit. De bek van de hond hoeft niet geopend te zijn. Ook als de hond zijn kaken stevig op elkaar klemt, duwt u gewoon zachtjes de borstel aan de zijkant in de wangzak. Een poetsbeurt duurt twee minuten. Een elektrische tandenborstel is heel handig in het gebruik, mits uw hond hier goed aan gewend is. Een tweekoppige tandenborstel is handig voor de hoektanden en voor de binnenkant van de tanden. De raakvlakken van boven- en ondergebit houdt de hond zelf schoon door zijn kauwbewegingen.

Zit er al tandsteen gebeiteld op de tanden (meestal betreft het de scheurkiezen) dan kunt u dit verwijderen met een zogenaamd schoffeltje dat tandartsen vroeger gebruikten. Schuif de lip met uw duim of wijs- en middelvinger iets aan de kant. U zet het schoffeltje of tandenkrabbertje aan het begin van het te verwijderen tandsteen, net onder de rand van het tandvlees, en duwt het omlaag zodat het eraf wipt of in deeltjes kalk uit elkaar valt. Voor een kleine of middelgrote hond kunt u voor deze manoeuvre een tafel gebruiken waar hij comfortabel en plat op zijn zij kan liggen. Met de harde duimnagel bereikt u hetzelfde resultaat. Neem op een krukje plaats en klem de zittende hond tussen uw benen. Masseer zijn bek en zet terloops uw duimnagel boven op het richeltje tandsteen en krab het van zijn tand af. Eventueel overgebleven restjes kunt u meestal wegpoetsen, of het wordt verwijderd wanneer de hond op een bot kluift. Het belangrijkste is dat het tandsteen niet (meer) tegen het tandvlees aanligt.


PROFESSIONELE BEHANDELING
Gebitsreiniging bij de dieren(tand)arts is andere een mogelijkheid. Het glazuuroppervlak kan door de behandeling wel wat ruwer worden. Hierdoor verschijnt er makkelijker nieuwe aanslag op het gebit, indien u zijn gewoontes niet aanpast. Loszittende of ontstoken tanden kunnen door uw (tandheelkundig) dierenarts worden getrokken. Dit gebeurt onder een bedwelmend roesje en kan zelfs bij honden op hoge leeftijd. Veel senioren met een slecht gebit knappen bovendien lichamelijk beduidend op van een ‘grote beurt’.
Wilt of durft u niet zelf aan de slag, laat dan minstens elk jaar tijdens 'de maand van het gebit' uw dierenarts of de veterinair het gebit van uw hond gratis controleren - een doortastende dierenarts zal dit trouwens uit zichzelf al doen. 

EXTRA TIPS

De voordelige tennisbal is erg geliefd bij honden (en hun baasjes). Om te apporteren, op te knagen, om kaal te plukken of om als hebberig bezit in de bek te dragen. Het nadeel van de gewone tennisbal is het zand dat in het wollige oppervlak blijft kleven. Dit zand werkt als schuurpapier en zal bij veelvuldig gebruik tanden doen afslijten. Dit afslijten kan zelfs zo hard gaan dat het wortelkanaal open raakt en er een wortelkanaalbehandeling gegeven moet worden. Geef uw hond liever een bijtbestendige bal of ander kauwspeeltje met een glad oppervlak, waaraan zand moeilijker hecht.

Nogal wat (dure) hondenkoekjes bevatten, raar maar waar, ook suiker. Lees de ingredienten op de verpakking goed! Gedroogd vlees is een goede vervanging, dat je bovendien zelf kunt maken.

Niet vergeten tandenpoetsen!

Houd een vast tijdstip aan waarop u de tanden poetst. Bijvoorbeeld voor de nachtrust. Poetst u driemaal in de week, plan dan vaste dagen in. Poetst u nooit, combineer dan een gebitsinspectie met de wekelijkse kambeurt van de hondenvacht.

donderdag 23 februari 2017

KUNNEN HONDEN KLOKKIJKEN?


Ingebouwde klok
Er zijn talloze baasjes die ervan overtuigd zijn dat hun hond vlekkeloos weet hoe laat het is. Hebben honden een abstract begrip van tijd? De baas verlaat op een vast tijdstip het huis en keert stipt op tijd terug als elke (werk)dag. Een inwendig uurwerk dat telt hoeveel tijd er is verstreken, is nog nooit aangetroffen bij honden. 

Geluid
Honden nemen geluiden op een viermaal zo grote afstand waar dan de mens. Zij horen  het vervoermiddel of de voetstappen van de baas veel eerder dan wij van heinde en verre aan komen.

Geurniveau daalt
Natuurwetenschapper Chris Packham deed een (onwetenschappelijke) test met geur. Baas gaat standaard de deur uit. Proefhond (Jazz) blijft thuis wachten. Door de vervagende reuk van de baas, weet de hond dat het tijd wordt dat de baas arriveert. Ter misleiding werd een vers gedragen T-shirt van de baas, in de woonkamer waar de hond verblijft, naar binnen gesmokkeld. De hond slaapt op de gebruikelijke tijd door en is totaal verrast door de komst van de baas later. Bron: Focus reportage: ‘hoe dieren denken?’

Wandel- en voedertijden
Honden die op een exact tijdstip naar de voerbak lopen of met ‘de gaat-ie-meeblik voor de baas gaan staan, is eenvoudig te verklaren. Door op gezette tijden de hond zijn maal aan te bieden, ontstaat een cyclus van eten, spijsverteren, aandrang om zich te ontlasten en de blaas te legen. Het is geen raketwetenschap dat de geleegde maag weer gevuld dient te worden. Ook bepaalde handelingen die jij (onbewust) altijd hetzelfde uitvoert, zijn voor de hond een teken dat een wandeling of een gevulde voerbak aanstaande is.

Gewoontedier
Je hond kent zelfs de dagen van de week. Honden houden thuis hun baas constant in de gaten omdat die informatie hen wat oplevert. Ze weten precies hoe jij je gedraagt, welke kleding bij een bepaalde (in)activiteit hoort, en hoe je dagindeling eruitziet. Ze lezen je lichaamshouding, je humeur. Enfin: de hond kent je beter dan jezelf. Let er maar eens op. Je zult je verbazen hoe voorspelbaar jouw patronen zijn.

Tekst: Cela den Biesen Kluifje

maandag 20 februari 2017

TEKEN BIJ DE HOND

Nieuws en feiten over ongewenste vreemdelingen

Teken vormen de laatste jaren een steeds groter wordend probleem. Hun aantal neemt jaarlijks toe en ze worden steeds vroeger gesignaleerd. Recent onderzoek toont dit aan. Men moet het hele jaar door alert zijn. Zelfs in de wintertijd, hun rustperiode, is nog 10% van de teken op zoek naar een gastheer.

Gevaren van de teek
Er zijn vele honderden tekensoorten die ziekten kunnen overdragen, drie ervan zijn de belangrijkste ziekteverwekkers bij honden. In Nederland komt de Ixodes ricinus (schapenteek) het meest voor. De Borrelia bacterie die de ziekte van Lyme (borreliose) kan veroorzaken, wordt hoofdzakelijk overgebracht door deze schapenteek. Het zijn zogenaamde harde teken, je herkent ze door het schildje (scutum) over het achterlijf.
Symptomen na besmetting: koorts, gebrek aan eetlust, lusteloosheid, stram lopen door ontstekingen aan de gewrichten. In een later stadium kunnen organen (bijv. het zenuwstelsel) beschadigd worden.
Een ander soort teek, oorspronkelijk afkomstig uit zuidelijke landen rondom de Middellandse zee, wordt sinds 2004 op diverse plaatsen in Nederland gevonden. Babesiose (piroplasmose) wordt veroorzaakt door parasieten, die door de teken Dermacentor reticulatus en Rhipicephalus sanguineus worden overgebracht Onderzoek door een team van de Faculteit Diergeneeskunde heeft uitgewezen dat deze twee zich hebben gevestigd in Nederland.
Symptomen na besmetting: ongewoon stil, koorts, donkere of rode urine en (bleke slijmvliezen door) hemolytische anemie: een ernstige vorm van bloedarmoede die ontstaat door een versterkte afbraak van rode bloedcellen. Zonder behandeling leidt deze ziekte in zeer korte tijd tot de dood.
Ehrlichiose (rickettsiose) wordt veroorzaakt door parasieten die in bepaalde witte bloedcellen leven en worden overgedragen door de Rhipicephalus sanguineus. Deze bruine hondenteek die van oorsprong niet in Nederland voorkomt, is de derde beduidende soort bij ons.
Acute verschijnselen: hoge koorts, sloomheid, gebrek aan eetlust, opgezette lymfeklieren en bloedingen, vermagering.

In het speeksel van de teek zit zowel een verdovende stof als een stof die de bloedstolling tegengaat. Hierdoor wordt de tekenbeet niet gevoeld, en kan de teek zich ongemerkt ergens neerzetten. Een teek kan enige dagen tot wel een week lang op dezelfde gastheer blijven. Hoe sneller de teek verwijderd wordt, hoe kleiner de kans dat geïnfecteerde teken bacteriën kunnen overdragen. De eerste 24 uren is de kans op overdracht van ziekteverwekkers relatief klein, het geeft echter geen garantie. Noteer (wanneer opgemerkt) altijd datum en plaats als er teken bij jouw hond zijn gesignaleerd. Het is nuttige informatie voor als hij besmet is geraakt.
Om te testen of het om een besmette teek gaat bestaat er een testsetje. Te bestellen via: testdeteek. Actuele en correcte informatie over ziekten vind je op www.rivm.nl of bij de dierenarts.

Preventie
Uit proefwaarneming is gebleken dat 20-25% van de teken besmet is. Het is een goed plan om hiermee rekening te houden en een andere route te kiezen als je merkt dat de hond na een wandeling (in een bepaald jaargetijde) vol zit met teken. Raadpleeg de tekenradar. De meeste kans om gebeten te worden zijn honden die: hun behoefte in een struik doen, graag door het lage struikgewas, dicht gebladerte of hoge, ruige gras struinen, wandelen in vochtige gebieden zoals vennetjes omringd door varens, of uit empirisch onderzoek daar waar schaapskuddes grazen. Minder voor de hand liggend, maar ook in de eigen (schaduwrijke) tuin kunnen die takketeken aanwezig zijn. Teken sporen hun gastheer (mens en dier) op door het verhoogde koolzuurgehalte in uitgeblazen adem, lichaamswarmte, verspreiding van geuren, verandering van lichtinval of een combinatie ervan.
Blijf bij buitenactiviteiten zoveel mogelijk op (verharde) paden, daar is de kans op een tekenbeet het geringst.
Lange staarten die langs het groen strijken, kop en kwetsbare oren, kraag, dun behaarde liezen, en oksels zijn favoriete landingsplaatsen voor de onopvallende teek. Inspecteer de hond (en jezelf) voordat je thuis naar binnengaat; een meegelifte teek kan zich op een later tijdstip nog vastbijten! Wrijf met uw handen door de hondenvacht om te zien of er ongewenste verstekelingen kruipen; een lichte vacht is hier in het voordeel.

Behandel de hond indien nodig (denk: buitenlandse vakantie) met een anti-tekenmiddel. Er zijn verschillende merken verkrijgbaar. Laat je bij aankoop gratis adviseren door de dierenarts of paraveterinair en volg de instructies op de bijsluiter nauwkeurig. Er zijn (terecht) hondeneigenaars met een weerzin voor chemicaliën. Knoflook en ui (beide uit de alliumfamilie) worden op bijvoorbeeld internetfora als anti-parasietenmiddel aanbevolen. Knoflook(extract) zou vlooien en teken bestrijden en uien zouden helpen bij het ontwormen. Deze werkingen zijn nooit wetenschappelijk bewezen. Dierenartsen raden het af om honden knoflook en vooral ui te geven, omdat dit schadelijk is voor de gezondheid van de hond. Net als bij vlooien (en muggen bij de baas) is de ene hond aantrekkelijker voor de teek dan een andere. Dat is waarschijnlijk de reden waarom eigenaren overtuigd kunnen zijn dat ‘iets’ helpt. Zo doen verhalen over barnstenen kettingen de ronde: er zou een preventieve werking van uitgaan. Laten we het erop houden dat zolang bewijs ontbreekt, het een attractief, maar nutteloos halssieraad is.

Pak ‘m goed beet
Er zijn allerlei innovatieve tekenverwijderaars in de handel. Elk apparaatje kent zijn eigen aanpak. Schaf er een aan waar je het handigst mee denkt te kunnen omgaan en die het risico op beschadigen (kapot knijpen of in tweeën scheuren) van de teek voorkomt. Erin knijpen kan tot gevolg hebben dat de teek zichzelf leeg in de wond, waarmee het risico op een tekenbeetziekte verhoogd wordt. De teek irriteren of proberen te verdoven met allerlei huismiddeltjes (groene zeep, alcohol, olie, kapot branden met een sigaret et cetera) werkt averechts. Het verhoogt zelfs de kans op besmetting door bovengenoemd braken van de teek. Niet doen dus! Zojuist op je hond gelande en nog wandelende teken op de vacht vang je met stukkie plakband of tape.

Indien de teek maar gedeeltelijk verwijderd is, dan ligt het eraan welk deel is achtergebleven. Is de tekenkop blijven zitten, dan kunnen zich daarin nog de speekselklieren bevinden met mogelijke ziekteverwekkers. Er is dan nog steeds een potentieel besmettingsrisico. Als alleen de hypostoom (steeksnuit) of delen ervan achterblijven, dan zorgt dat waarschijnlijk niet of nauwelijks meer voor risico's op een infectie. Eventueel kan het de huid irriteren of er kan een tijdelijk bultje ontstaan; de achtergebleven deeltjes groeien (of zweren) als een splinter uit de huid. Desinfecteer het bijtwondje na verwijdering van de teek door het te ontsmetten met alcohol ketonatus 70% of met jodium. Vergeet de tekenverwijderaar en de eigen hygiëne hierbij niet. Controleer de plek de komende twee tot acht weken regelmatig op roodheid, gezwollenheid of de bekende rode ringvormige plek. Raadpleeg een dierenarts indien je het niet vertrouwt.

Tekst: Cela den Biesen. Teek care! 

donderdag 16 februari 2017

LAIKA DE RUIMTEHOND



Heldin tegen wil en dank   

Nog steeds krijgen talloze honden over de hele wereld de naam ‘Laika’ toebedeeld. De meeste hondeigenaars kiezen die naam omdat ze deze sympathiek vinden klinken of vanwege de betekenis: blaffer. Sporadisch krijgt een hond deze naam nog uit eerbetoon aan de eerste Russische ruimtehond. Sterker nog: de huidige generatie is zelden op de hoogte van het feit dat in de vorige eeuw de Spoetnik II op 3 november 1957 vanuit Baikonoer werd gelanceerd met aan boord proefkonijn Laika. Het korte leven van pionier Laika was helaas minder fortuinlijk dan haar latere naamdragers.

In de jaren vijftig van de twintigste eeuw was er weinig bekend over de effecten van bijvoorbeeld een raketlancering, gewichtloosheid, en of levende organismen zich überhaupt aan de ruimte zouden kunnen aanpassen. Aangezien zulke experimenten voor mensen veel te gevaarlijk en ingrijpend waren, werden straathonden ingezet. NB. In die tijd werd trouwens nog aan geen enkel dier een intrinsieke waarde toegekend.

Het voormalige zwervertje Laika werd uit het asiel gehaald en klaargestoomd om als eerste levende passagier een Soyuz ruimtevaartuig te bemannen. Er werd gekozen voor een straathond omdat men deze speciale eigenschappen toedicht. Door het (over)leven op straat zijn ze gehard, flexibel en intelligent. De deskundigen zijn van mening dat ze zich daardoor uitstekend aan zware omstandigheden kunnen aanpassen. Laika, met het uiterlijk van een lieftallig boerenfoxje inclusief sprekend kopje met staande tipoortjes, werd om tal van specifieke redenen uitverkozen. Ze was charmant en absoluut fotogeniek. Een belangrijk element omdat de wetenschappers zo de wereld via de pers konden overtuigen. Haar tengere postuur bleek uitermate geëigend om te passen in de klein bemeten capsule. Bovendien was ze braaf en volgzaam, wat tijdens de opleiding en haar uiteindelijke taak goed van pas zou komen. Kortom: het ideale hondje voor een belangrijke missie. Had Laika dit alles geweten dan zou ze beslist een van haar (straat)talenten hebben aangesproken en de benen hebben genomen.

Vanuit het asiel werd Laika linea recta naar het gebouw van de militaire onderzoeksfaciliteit gebracht waar de voorbereidingen voor de vlucht plaatvonden en waar ze haar opleiding zou krijgen. Ik kan me goed voorstellen hoe blij ze moet zijn geweest toen iemand haar uit die benauwde kennel bevrijdde en dat ze blindelings en vol vertrouwen, misschien zelfs kwispelend, haar ‘redder’ volgde. Haar geluk zou van korte duur zijn. Volledig ontwetend van het naderend onheil begon zij haar noodlottige opdracht. Vanwege het prestigieuze en peperdure project (ten tijde van de Koude Oorlog was de prestatiedruk in de ruimtevaart enorm) zal ze zeker omzichtig behandeld zijn; er was nogal wat mee gemoeid. Maar waren ze lief en aardig tegen haar? Werd ze weleens geknuffeld? Of was ze uitsluitend een instrument om een hoger doel te bereiken?
De vreselijkste scenario’s schieten door mijn hoofd. Zou men aan hondse behoeften (volgens de huidige standaard) willen voldoen, dan zou Laika volledig ongeschikt worden als ruimtehond. Achter een balletje aan rennen, ravotten met een soortgenootje of heerlijk dutten in een pluche mandje zou haar enkel doen hunkeren naar de zo felbegeerde vrijheid.

Ze moet een bijzonder en gewillig karakter hebben gehad. Er werd zoveel van haar verlangd. Je kunt je voorstellen dat ze tijdens de training ontzettend veel geduld moest kunnen opbrengen: het onvermijdelijke oefenen om voor lange tijd kalm en onbeweeglijk in de minuscule oncomfortabele capsule te verblijven, de dagenlange eenzame opsluiting die synoniem stond aan gebrek aan aandacht en beweging, de ontberingen van wennen aan bittere kou en extreme warmte en tot slot het aangepaste voedsel om lichtgewicht te blijven en het daarvan afhankelijke lozen of ophouden van ontlasting terwijl ze zat ingesnoerd in haar kosmonautenuitrusting. Ze onderging het ogenschijnlijk lijdzaam. Een mens, zich volledig bewust van alles, zou dit proces onmogelijk hebben aangekund zonder tot wanhoop zijn gedreven.

Iedere keer als die luttele verouderde foto’s van Laika mij onder ogen komen, grijpt dat me aan. Wat moet ze dapper zijn geweest. Want angstig of ongelukkig lijkt ze niet, terwijl ze daar toch alle reden voor heeft. Of waren de authentieke beelden wellicht gemanipuleerd? Je kunt slechts gissen hoe het arme beestje, dat haar leven onvrijwillig opofferde voor de toekomst van de mensheid, zich gevoeld moet hebben. Ze verdient terecht ons respect.
Laika mocht maar drie jaar worden. De uiteindelijke officiële verklaring was dat Laika enkele uren na de lancering én voordat de vierde omloop ten einde was, stierf aan oververhitting en stress. Een mogelijke terugkeer zat sowieso niet in de planning. De Spoetnik II was ontworpen om bij terugkeer in de atmosfeer te verbranden.

Over de hele wereld wordt Laika nog steeds herdacht. Onder de memorabilia ter ere van de internationale hondenheldin vind je zelfs postzegels, boeken, en persoonlijk voor haar geschreven liedjes en gedichten. Pas 50 jaar na dato werd in Moskou een officieel bronzen monument onthuld ter ere van dit moedige hondje. Zou Laika haar leven mogen overdoen, dan zou ze zich op die ene fatale dag nooit hebben laten vangen door de hondenmepper.

Tekst: Cela den Biesen Kluifje