dinsdag 7 februari 2017

ALSJEBLAFT

Voor diegenen die het tijdschrift Hondenmanieren vreselijk missen (en dat zijn er flink wat gezien het aantal unieke bezoekers op deze blog), verschijnen op deze plek regelmatig artikelen uit de vaste rubrieken van redacteur Cela den Biesen zoals: rasportretten, bijzonderlingen en thema artikelen. Voor kunst&makers zie kluifje, voor dogs&gadgets zie BeestigGoed, voor entertrainment (sport&spel) zie kluifje speels. Van de vermakelijkste Tegenstellingen verschijnt binnenkort een paperback.


Alsjeblaft

Blaffen is praten op zijn honds. Het is bedoeld om de ander iets duidelijk te maken, de aandacht te trekken, opwinding te uiten, vreemden weg te jagen of ter afschrikking. Net als een moeder de betekenis van elk huilgeluid van haar baby kan definiƫren, zo herkent de rechtgeaarde hondeigenaar de intentie van elk soort blaf en aanverwant honds taalgebruik van zijn eigen hond.

De aandachttrekker: wordt ongeduldig (en soms jaloers) als je onderweg een praatje met iemand maakt. Hij blaft aanhoudend om je zo te dwingen verder te lopen. Jantje Ongeduld heeft gelijk. De ‘verspilde’ minuten gaan van zijn wandeltijd af.

De bas: blaft met een gedempt geluid. Meestal een uit de kluiten gewassen, oenige lobbes die goedbedoeld een dappere poging waagt om angstaanjagend te lijken.

De bulderdog: brult, bromt en buldert nors binnensmonds. Moppert meer dan dat hij blaft.

De debater: sputtert graag tegen, heeft altijd een weerwoord en wil per se de laatste blaf hebben.

De blaffer: schept genoegen om bij het minste of geringste aan te slaan. Ervaart dat langdurig en monotoon geluid produceren endorfine vrijlaat. Door dit geluksgevoel is deze volhouder moeilijk tot zwijgen te brengen.

De dromer: bestrijdt heldhaftig de demonen in zijn slaap met een diversiteit aan blaftonen. Dit kan gepaard gaan met spartelende poten, smakkende geluiden, tandengeknars, gegrom en knipperde oogleden.

De herriemaker: onruststoker die de zaak graag opjuint met zijn geblaf. Gaat flink tekeer tegen ongenode gasten. Hij houdt wel van een spelletje blafpoker.

De hotdog: heetgebakerde hond die snel is aangebrand. Blaft met consumptie en heeft daarbij het schuim op de bek staan.

Het keffertje: vinnig, opgewonden standje. Vuurt repeterend als een mitrailleur, schelle bits af.

De praatjesmaker: babbelgrage hond. Op vriendelijke toon wauwelt deze kletskop de hele dag tegen je aan. Hij gaat er terecht vanuit dat jij volledig snapt wat hij met zijn koeterwaals bedoelt.

De rebel: blaft demonstratief uit ongenoegen of als een vorm van protest. Hij staat direct op zijn achterste poten als hem iets niet bevalt.

Schorre Morrie: produceert een soort hese hoest. Ondanks zijn verwoede pogingen komt het nooit tot een volwaardige blaf.

De signaalhond: naast de waakhond is hij de enige ferme viervoeter die legitiem waarschuwend vocaal mag optreden.

De sirene: houdt noodgedwongen de wacht als de baas van huis is. Blaft en jankt uit frustratie, eenzaamheid en ongerustheid.

De silencio: zwijgt te allen tijde in alle toonaarden. Totaal ongeschikt als waakhond. Helpt inbrekers zelfs mee de gestolen buit te verkassen. Niet te verwarren met de stille.

De sms‘er: (save my soul) Moderne variant op de S.O.S.’er. Aanhankelijke hond die, wanneer hij alleen gelaten wordt, om het kwartier een noodsignaal uitzendt naar zijn roedel: ik mis jullie gezelschap!

De spreker: is aangeleerd om op commando te blaffen: hoe spreekt-ie? Houdt tevens op bevel zijn kaken stijf op elkaar.

De stille: hoor je niet. Gevaarlijk figuur. Deze bijtgrage hond waarschuwt of dreigt nooit, maar hapt meteen toe.

De stoerling: gebruikt gespierde taal, maar tempert zijn octaven zodra een goedkeurende kennismaking met het onderwerp van zijn angst heeft plaatsgevonden.

De subwoofer: valt, als laatste in rij, gealarmeerde blaffende honden in de buurt bij.

De verdediger: heeft een grote waffel wanneer men te dicht in de buurt van zijn baas of diens eigendommen komt.

De virtuoos: de voortgebrachte blaf eindigt in jodelend geluid. Zingt graag mee met zijn roedel, de ambulance en begeleidt zijn muzikale eigenaar tijdens repetities.

De waakhond: imponeert met zijn professionele frontale staccato blaf, die geĆÆnterpreteerd moet worden als waarschuwing: hem is het menens!

De Wildehond: (honds)dolleman die tijdens het uitlaten aan de riem, andere honden buitensporig uitblaft. Scheldt steevast op schepsels met een identieke uiterlijke verschijning of karakteristieke geur.

Het woefje: stoeise hond die met zijn bondige wafwoefjes uitnodigt tot een spelletje.

tekst: Cela den Biesen Kluifje